Lassymbolisering is het systeem van gestandaardiseerde symbolen waarmee op technische tekeningen een lasverbinding wordt vastgelegd. In Europa wordt EN ISO 2553 gebruikt; in de VS geldt AWS A2.4. Tussen beide systemen bestaan belangrijke verschillen in leesrichting.

Opbouw van het basissymbool

  1. Referentielijn: horizontale hoofdlijn
  2. Pijl: wijst naar de plaats van de verbinding
  3. Basissymbool: geometrische vorm die het lastype aangeeft
  4. Aanvullende symbolen: oppervlakteafwerking, rondomlas, montagelas, enz.

Basislassymbolen

SymboolBetekenisBeschrijving
II-naadGeen vooropening, dunne plaat
VV-naadEenzijdige V-voorbewerking
X (dubbele V)Dubbele VDikke plaat, symmetrisch
UU-naadZeer dikke plaat, minder lasmetaal
K (driehoek)HoeklasT-verbinding, vullas
Cirkel (gesloten)RondomlasLassen over de volledige omtrek
VlagMontagelasBuiten de werkplaats uitgevoerd

Plaatsing van symbolen: EN ISO 2553

  • Systeem A (Europees): symbool voor de pijlzijde boven de referentielijn, voor de tegenzijde eronder
  • Systeem B (ISO-gestandaardiseerd): dubbele referentielijn (gestreept bovenaan) — voorkeur bij internationale projecten

Verschil met AWS A2.4: in AWS staat het symbool voor de pijlzijde altijd onder de referentielijn — het omgekeerde van EN ISO 2553. Meng de twee normen nooit op één tekening.

Maatgegevens

  • a: keeldikte (hoeklas)
  • z: beenlengte (hoeklas)
  • s: lasdiepte (inbranddiepte bij stompe las)
  • L: laslengte (onderbroken lassen)
  • e: steek tussen de lassen (onderbroken)
  • n: aantal lassen (onderbroken)

Praktijkvoorbeelden

Voorbeeld 1: dubbele hoeklas bij een T-verbinding

Symbool: a5 ▽ ⌒

Betekenis: keeldikte 5 mm, doorlopende hoeklas aan beide zijden.

Voorbeeld 2: onderbroken hoeklas

Symbool: a4 ▽ 6×50 (100)

Betekenis: keeldikte 4 mm, zes lassen van 50 mm lang, steek 100 mm.

Symbolen voor rondomlas en montagelas

  • Cirkel (○): rondomlas (volledige omtrek)
  • Vlag (▶): montagelas — uit te voeren op de montageplaats

Oppervlakteafwerking en verwijzingen in de staart

  • Rechte lijn (—): vlak afgewerkt (slijpen)
  • Holle boog (∪): hol oppervlak
  • Bolle boog (∩): bol oppervlak

In de staart van de referentielijn: procesnummer (EN ISO 4063), WPS-nummer, NDO-type en -omvang, acceptatieniveau.

Best practice: door procesnummer, WPS-nummer en acceptatieniveau in de staart te combineren, heeft de fabrikant alle informatie in één oogopslag. Voorbeeld: 135 / WPS-022 / EN ISO 5817-B

Ondersteuning bij technische tekeningen en het opstellen van WPS'en

Krijg engineeringondersteuning bij lassymbolisering en technische documentatie.

Neem contact op →